De aanval.
Het Swallow team had gedurende de lange donkere winter maanden genoeg tijd gehad om de beste route uit te zoeken waarlangs de teams de fabriek zouden kunnen benaderen. Zij waren tot de conclusie gekomen dat het zinloos zou zijn om langs de verticale wand aan de andere kant van de vallei af te dalen om zo ongezien bij de fabriek te kunnen komen. Het was tevens uitgesloten om langs diezelfde weg weer te proberen terug te keren naar de hoogvlakte. Zij besloten de Fjosbudalenhut (kaart 6) als uitvalsbasis te gebruiken, deze lag namelijk dicht bij de fabriek er kwamen zelden mensen. Vandaar uit was de afdaling naar Vestfjorddalen relatief eenvoudig vergeleken met de andere afdalingsmogelijkheden. Rønneberg die na aankomst automatisch de leiding had genomen had dit besluit van Swallow goedgekeurd, mede omdat Poulsson het gebied als beste kende.
Operatie Freshman had de Nazi’s in kennis gesteld over een mogelijke aanval op de fabriek en er werden diverse maatregelen genomen om de verdediging te versterken. In december 1942 werden de Oostenrijkse soldaten die veelal als tweederangs garnituur werden beschouwd, of soldaten die herstelden van verwondingen aan het Russische front, vervangen door een Duits detachement. Het garnisoen bij de Møsvatndam was uitgebreid van 10 naar 20 man, tevens waren er vier stuks luchtdoel geschut geplaats en was er een batterij aan zoeklichten geïnstalleerd. Ook waren er twee radiopeilinstallaties bij de dam actief, en dit geeft aan dat men wist dat er in de buurt een illegale zender actief was. Men lied echter na een degelijk zoekactie in de omliggende bergen op touw te zetten. Dat kwam waarschijnlijk door het extreem slechte weer en het feit dat men niet over getrainde bergtroepen beschikte. In januari werd de plaatselijke troepenmacht in Rjukan versterkt met 200 man, bij de Møsvatndam werden nog eens 2 dozijn mannen gestationeerd en de bewaking van de fabriek zelf werd uitgebreid met 30 bewakers.
(
Op 25 januari 1943 vertrokken beide teams naar een hut bij Langsjå (kaart 6) en ondanks slecht zicht wist Poulsson de teams feilloos naar de hut te leiden. De eigenaar van de hut was een winkelier uit Rjukan. Zware metalen staven en hangsloten leken hen de toegang tot de hut te ontzeggen toen zijn daar om zes uur ’s avonds aankwamen, maar de betonscharen die Rønneberg in een ijzerwinkel in Cambridge had gekocht kwamen goed van pas. Eenmaal binnen bleek dat de hut goed voorzien was van proviand en parafine zodat beide teams hun eigen voorraden niet aan hoefden te spreken. Er bleek zelfs een fles uitstekende malt whisky in een kast te staan. De volgende dag trok men verder naar de hut in Fjosbudalen en zij waren Rjukan nu tot op vijf kilometer genaderd. Rjukan is een plaats met 3300 inwoners gelegen in een slingerende vallei op de oevers van de rivier de Maana. Nu zij de onherbergzame hadden Hardangervidda verlaten nam de kans om gezien te worden toe, maar voor zover zij wisten was dit nog niet gebeurd. Alle ramen en spleten van de hut waar licht doorheen zou kunnen komen werden door de mannen afgedekt om op die manier niet ontdekt te kunnen worden. De hut lag in een vallei vlak bij de weg naar Møsvatndam boven op een 800 meter hoge rots aan de rand van een steile wand. Vanuit de hut hadden zij uitzicht over Rjukan maar vandaar uit konden zij de fabriek echter niet zien, deze lag verscholen achter een bocht in de vallei. Kort nadat zij bij de hut waren aangekomen ontdekte de teams een man die in de richting van de naastgelegen hut skiede. Hij werd onmiddellijk opgepakt en ondervraagd. Het laatste wat zij nu konden gebruiken was om ontdekt te worden op het moment dat de aanval ingezet zou worden. Volgens Rønneberg stelde iemand vast dat het een oude schoolkameraad van hem was en dat hij te vertrouwen was. De man werd op zijn hart gebonden dat hij zijn mond moest houden en aan niemand vertellen wie hij ontmoet had.
De finesses van de aanval moesten nog besproken worden, uit de inlichtingen die zij reeds eerder verzameld hadden bleek dat zich 15 soldaten in de barakken naast de fabriek bevonden, terwijl zich er nog eens een dozijn zich in de directe omgeving bevonden. Twee soldaten bewaakten de hangbrug over de kloof die de fabriek met de weg verbond. Deze wachten zouden precies om middernacht gewisseld worden. Indien er alarm geslagen zou worden zouden drie patrouilles de fabriek en de direct omgeving uitkammen dat door zoeklichten verlicht zou worden. Soms werd in fabriek ook nog eens door twee Noorse bewakers wacht gelopen. Er moesten nu belangrijke beslissingen worden genomen. De enige toegang tot de fabriek van hun kant van de vallei was de hangbrug over de kloof. Als zij zich daar over heen al vechtend een weg zouden banen zouden zij ook al vechtend met de soldaten van de naast gelegen barakken de fabriek moeten zien te bereiken. Zodra het tot een vuurgevecht zou komen zouden de troepen ter plekke onmiddellijk versterking krijgen van de de hoofdmacht die in Rjukan gelegerd was. Zelfs als het team met de exlplosieven deze aan zou kunnen brengen terwijl het andere team dekking zou geven, dan was het maar zeer de vraag of zij nog in staat zouden zijn om te kunnen ontsnappen. Dit zou zeker gezien de Freshman operatie tot hun dood leiden, nadat zij natuurlijk enige tijd in ondervragingsruimten van de Nazi’s hadden doorgebracht.
Het enige alternatief was afdalen in de kloof een paar honderd meter vanaf de fabriek. Vervolgens moesten zij dan door het beklimmen van de zuid wand ongezien de fabriek in zien te komen. Na het plaatsen van de explosieven hadden zij de keuze te al vechtend te ontsnappen via de brug, of weer proberen via de kloof ongezien weg te komen. Waar zouden zij de snel stromende rivier de Måna over kunnen steken die door de donkere kloof stroomde?

Als zij kans hadden gezien de rivier in het pikdonder heelhuids over te steken, hoe moesten zij de fabriek dan bereiken, door een bijna verticale wand vol ijs en sneeuw in het donder te beklimmen? Ierdereen dacht- en de Nazi’s waren hiervan overtuigd- dat het onmogelijk was deze wand zonder speciale berguitrusting te beklimmen. Hier lag de sleutel van hun succes, als het zou kunnen, dan konden zij bijna alle uitrusting in de hut achterlaten en hierdoor zouden zij in staat zijn snel en geruisloos te ontsnappen. Deze route zou de kansen op een vuurgevecht, waarbij zeker slachtoffers zouden vallen, aanzienlijk reduceren. Hun voordeel was tevens dat de Nazi’s alleen een mogelijk aanval over de brug verwachten, dus de wachten hielden de omgeving en de kloof al helemaal niet in de gaten,
.
Hoe dan ook, aangenomen dat zij de kelders van de fabriek ongezien konden bereiken en de eventueel aanwezig wachten overmeesteren, dan hadden zij nog minstens een half uur nodig om de explosieven aan de 18 containers gevuld met zwaar-water te bevestigen. Nadat de lonten aangestoken waren hadden zij nog twee minuten nodig om een veilig heenkomen te zoeken. Zij konden er gerust vanuit gaan dat de explosies het hele garnizoen zouden wekken en de commando’s zouden zich dan een weg naar buiten moeten vechten om weer naar de bergen kunnen ontsnappen. De volgende dagen en weken zouden zij kunnen rekenen dat er jacht op hen gemaakt zou worden. Het zou een knap staaltje werk zijn als alle negen zouden kunnen ontsnappen.Het is moeilijk te begrijpen hoe de commando’s dachten te kunnen ontsnappen terwijl enorme zoeklichten het nauwe dal zouden verlichten en het zou wemelen van vijandelijke troepen. Het was niet mogelijk om via de achterzijde van de fabriek te ontsnappen, de helling was te steil, dus moesten zij zich al vechtend een weg over de brug banen, of weer via de verijsde verticale wand naar beneden klimmen, de rivier oversteken, weer een wand beklimmen, de weg oversteken, nog een enorm steile helling nemen om vervolgens op de Hardangervidda uit te komen. Zij zouden op z’n minst drie nodig hebben om de hut weer te bereiken, terwijl de Nazi’s de hellingen van de vallei af zouden kammen omdat zij wisten dat de saboteurs niet over de weg konden ontsnappen. Maar stel dat zij de vallei ongezien uit konden komen, dan zouden hun kansen om te ontsnappen enorm toenemen. Het was geen zelfmoordmissie, maar het scheelde niet veel. Welk aanvalsplan ook gekozen zou worden zij zouden alles uit de kast moeten halen wat betreft camouflage, kalmte, kracht en alles wat SOE hen geleerd had. Maar zij hadden meer nodig dan dat, de Goden moesten aan hun zijde staan. Eén fout en de situatie zou meteen hopeloos zijn.
Rønneberg:” De kans dat wij in de vallei vast zouden komen te zitten was erg groot en daarom besteden wij veel tijd aan het ontsnappingsplan. Wij wisten dat het er om ging spannen en dat wij het misschien niet zouden halen”.

De Måna
Jonescopics@flickr.com
Ian Brookes www.infinitymedia.co.uk
Wat ook door hun hoofden spookte was het idee dat indien zij gepakt zouden worden en hun Noorse identiteit zou boven water komen zij er op moesten de rekenen dat de Nazi’s ook brutale vergeldingsacties tegen de plaatselijke bevolking zouden ondernemen. Met name voor Helberg en Poulsson was dit een zware last, hun vrienden en families woonden immers maar een paar kilometer van de fabriek.
De volgende ochtend werd Helberg om negen uur op verkenning gestuurd, hij moest uit zien te vinden of het mogelijk was om de wanden van de kloof te bedwingen en of de rivier overgestoken kon worden. Helberg was verantwoordelijk voor de route die de commando’s zouden nemen en hij maakte hierbij gebruik van zijn kennis van de omgeving en tevens gebruikte hij de foto’s die de RAF van het doelwit genomen had.
Vijf uur later kwam hij terug met de mededing dat het ijs aan het kruien was, maar dat men de rivier op één bepaald punt nog over kon steken. Hij was er van overtuigd dat men de steile hellingen kon beklimmen ondanks het gewicht van de rugzakken die gevuld waren met explosieven, wapens en andere uitrusting.
Het was hem opgevallen dat een paar honderd meter van het punt waar de rivier overgestoken kon worden er bomen en struiken langs de zuidelijke helling groeiden. Helberg redeneerde dat indien bomen en struiken tegen de wand op konden komen, mensen dat ook zouden moeten kunnen.Hij beklom een stuk van de wand maar hij had geen machine pistool bij zich en een zware rugzak vol explosieven. Zijn redering was dus discutabel. Rønneberg:”Ik had niet verwacht dat Helberg de wand zou kunnen beklimmen, maar hij kwam terug met een grote glimlach op zijn gezicht. Dit was goed nieuws, wij zouden de fabriek in kunnen komen zonder dat de Nazi’s het zouden merken”.
Het officiële rapport en diverse getuigenissen na de oorlog spreken elkaar tegen over wie er voor, of tegen was, welke ontsnappingsroute genomen zou worden. Een snelle route over de hangbrug met een vuurgevecht, of de langzame route door de kloof zonder vuurgevecht, maar de kans bestond dan om in de vallei klem te komen zitten. Later zou blijken dat dit de meest cruciale beslissing zou zijn van de hele operatie. In de officiële SOE dossiers staat dat Rønneberg van mening was dat hij en de Swallow leider Poulsson voor de optie waren om zich via de brug een weg naar buiten te vechten omdat dit de snelste manier was om te ontsnappen. Hij schreef het zo: Naar mijn mening, en die werd gedeeld door Jens Poulsson, was het ‘brug’ plan beter ondanks mogelijk verliezen, maar wij hadden twee zieken en wij waren niet in optimale conditie. De overigen waren hier niet van overtuigd en ondanks de mogelijkheid van beide leiders hun veto uit te spreken werden beide plannen toch ter stemming gebracht.
Alleen Rønneberg en Poulsson waren voor de “brug’ optie, vijf stemden voor de ‘kloof ’optie en twee maakte het niet uit welke optie gekozen werd. Volgens democratische principes werd besloten via de kloof te ontsnappen.

De volgende uren ging de groep zich in stilte op de aanval voorbereiden,,uitrusting schoonmaken, alle instructies nogmaals doorlezen, uitrusting controleren en nogmaals de keuze van de ontsnappingsroute afwegen. Als wachtwoorden werden gebruikt: 1e man:”Piccadilly” en de 2e man moest antwoorden met: “Leicester Square”. Het gebruik van zaklampen was absoluut verboden, zowel tijdens de aanval als tijdens de terugtocht. Wapens waren klaar voor gebruik, maar zouden pas geladen worden als dat nodig mocht zijn, om op die manier te voorkomen er een per ongeluk af zou gaan. De groep werd nu in tweeën gesplitst:de groep die dekking zou geven: Haukelid als leider, met verder Helberg, Poulsson, en Kjelstrup. De explosieven groep met als leider Rønneberg samen met Strømsheim, Kayser, Idland en Storhaug.
De orders voor deze operatie omsloten alle voorkomende mogelijkheden: indien de gevechten al beginnen voordat de opslagruimte van het zware-water is bereikt dient indien nodig de groep die dekking geeft de explosieven aan te brengen. Mocht de teamleider iets overkomen, of indien er iets anders gebeurd wat de planning verstoord dan dient elk lid van de groep eigen initiatieven te ontwikkelen waarmee het doel van de actie als nog gehaald wordt. Als iemand op het punt staat gevangen genomen te worden dient hij een eind aan zijn leven te maken.
Mocht de missie niet slagen dan zouden de commando’s binnen enkele uren dood zijn, het zij in een vuurgevecht het zij door executie. Belangrijker nog, als zij zouden falen dan hadden de geallieerden nog maar één optie over: een massaal bombardement op de fabriek waarbij dozijnen burger het slachtoffer zouden worden.
Rønneberg gaf opdracht om twee uur rust te nemen, om op die manier zoveel mogelijk kracht te sparen voordat de grootste uitdaging van hun leven zou beginnen. De negen Noren stonden op het punt één van de gewaagdste acties uit de militaire geschiedenis te beginnen. Wat zij niet wisten dat in Engeland Winston Churchill handwringend zat te wachten op nieuws over de actie, net als hoog geplaatste regeringsleiders en leden van de krijgsmacht.
Toen de groep om acht uur ’s avonds op 28 februari 1943 de hut verliet om aan de afdaling naar de vallei te beginnen was het bewolkt, het was niet koud maar het waaide hard. Iedereen droeg een Brits uniform en Britse papieren, de groep was gewapend met vijf machine pistolen met zes magazijnen, drie Colt pistolen .32 met zes magazijnen, zeven Colt .45 pistolen met veertien magazijnen, tien handgranaten, twee sets met explosieven en bijbehorende lonten en een kleine hoeveelheid voedsel. Waar zij niet op zaten te wachten was een rustige nacht met volle maan dan zouden te Nazi’s hen eerder kunnen horen, of zien aankomen. Maar toch maakte de natte sneeuw het hen knap moeilijk en zij waren gedwongen hun ski’s over de schouder te leggen en de afdaling te voet te maken waarbij zij vaak tot aan hun heupen in de sneeuw weg zakten.
Toen zij in de buurt van de Våerbrug bij de hoofdweg kwamen moesten zij ineens wegduiken toen er plotseling twee bussen met werknemers voor de nachtploeg van de fabriek de bocht om kwamen. In de buurt van de hoogspanningleiding verborgen zij hun ski’s en rugzakken en staken hier de weg over om te beginnen aan de afdaling naar de rivier op de bodem van de kloof.
De afdaling naar de bodem van de kloof was slechts honderd meter maar de invallende dooi maakte alles erg glad en het ijs op de rivier verdween zienderogen. Zoals Helberg had verteld was er nog maar één plaats waar de rivier overgestoken kon worden, maar daar stond al 10 cm water op het ijs. Het ijs kraakte onder hun voeten terwijl zij zo snel mogelijk naar de andere kant van de kloof probeerden te komen waar zij opgingen in de schaduwen van de rotsen. De beklimming was eenvoudiger dan zij gedacht hadden maar hun harten gingen als gekken te keer, deels door inspanning, deels door opwinding en angst. De mannen trokken zich aan boomstammen en struiken omhoog drijfnat van het zweet en hun rugzakken begonnen steeds zwaarder te wegen. Als er iemand uit zou glijden waren zij ten dode opgeschreven, onder hen lagen scherp rotsen en massief ijs. Nooit naar beneden kijken was hen verteld tijdens hun bergtraining in het Cairngorms gebergte in Schotland. Zij zweten als otters toen zij naar verloop van tijd de spoorweglijn van de fabriek bereikten. Terwijl zij de rails overstaken om dekking te zoeken zagen zij verse sporen in de sneeuw van vijandelijke soldaten die daar kort tevoren waren langsgekomen. Slechts op een paar honderd meter afstand konden zij nu de fabriek zien liggen, halverwege de zuidelijke helling van de vallei. Twee enorme stenen gebouwen met daar direct naast de kazerne en wachtlokalen van de Nazi bewakingstroepen.
De stilte van de vallei werd onderbroken door de sterke westenwind die het gebrom en geratel van de machines in de fabriekshal met zich meedroeg.
Het uitzicht op de fabriek was voor Helberg en Poulsson een ontroerend moment, zij hadden als kinderen gezien hoe de fabriek gebouwd werd en deze werkgelegenheid en welvaart naar de vallei had gebracht.
Hoe hadden zij zich toen ooit kunnen voorstellen dat zij nu, jaren later, gekleed als Engelse commando’s, bewapend met machine pistolen en explosieven, op het punt stonden diezelfde fabriek op te blazen. Enige kilometers verderop lagen hun familieleden rustig te slapen zich totaal bewust wat hun zonen, of broers, op het punt stonden te ondernemen. Onder zich aan de voet van de weg die omhoog naar de fabriek kronkelde kon de groep de wachten over de hangbrug heen en weer zien lopen. In de barakken naast de fabriek lagen de Nazi’s te slapen, of misschien waren zij aan het kaarten. Het was kwart voor twaalf. Klokslag middernacht werd de wacht gewisseld, dit ging precies zo als beschreven in de inlichtingenrapporten, desondanks hielden zij zich ruim dertig minuten schuil in het duister van de nacht. De waakzaamheid van de wachten zou naar mate de tijd verstreek alleen maar afnemen. Groep begon de meegebrachte rantsoenen op te eten terwijl Rønneberg bij iedereen langs ging om er zeker van te zijn dat iedereen precies wist wat hem te doen stond. Planning was cruciaal, als iemand zijn hoofd er even niet bij zou hebben kon de hele onderneming op een ramp uitdraaien. Rønneberg:”Terwijl wij daar boven zaten te wachten voelde dat bizar aan, het leek wel of wij gewoon pauze tijdens een oefening in Schotland. Soms vertelde iemand een verhaal of een mop, als wij wilden konden wij zo hard schreeuwen als wij wilden want de storm raasde boven alles uit en niemand kon ons horen. Ieder van ons was heel kalm en gedurende deze moment had ik er het vertrouwen in dat wij de missie konden laten slagen”. Precies half één slopen zij in de richting van het doelwit. Alle negen slopen zij naar een voorraadschuur op op honderd meter afstand van het grote stalen hekwerk lag. De dekkingsgroep nam zijn positie in een hielden hun machinepistolen in de aanslag. Eén sprintte naar het hek en knipte met de betonschaar het hanslot door. Het kostte niet meer dan één knip met een betonschaar en vervolgens betraden de mannen één van de meest strategische plekken van de hele Tweede Wereldoorlog. De dekkingsgroep namen snel nieuwe posities in Ieder van hen had chloroform bij zich om eventueel aanwezige wachten mee te kunnen bedwelmen.
weggum.com
(volgende hoofdstuk)
weggum.com