Sinds het voorjaar van 1943 werkten een aantal leden van de CS 6-groep, waaronder Joop Kemper en Louis Boissevain en Herman Ruys, samen in de Bussumse verzetsgroep De Vliegende Brigade. Deze groep bestond voornamelijk uit studenten woonachtig in de Bussumse villawijk Het Spiegel. Joop en Herman kenden elkaar van de Gooische HBS en waren nog altijd bevriend.

De Vliegende Brigade hield zich onder andere bezig met sabotage, spionage, overvallen en het voorbereiden van moordaanslagen. Zo waren zij betrokken bij de aanslag op de Bussumse NSB-politiechef E.J. Woerts. Zij leverden Louis Boissevain het wapen waarmee hij deze aanslag pleegde op de Brinklaan.
De groep had ook banden met de Ordedienst (OD). Zij kwamen vaak bijeen in de Jeugdkapel aan de Meentweg 54 in Bussum.

Op 9 september 1943 werd Joop Kemper daar samen met zijn vriend Herman en zes anderen, na verraad, opgepakt door de SS onder leiding van Friedrich Christian Viebahn en Emil Rühl.

Na een zogenaamd proces door Polizeistandgericht in Amsterdam werden Joop Kemper, Herman Ruys,
Martinus Raben, Johan Schimmel,
Willy van Breukelen, Antonius Otto Hermanus Tellegen en Abraham Kornelis ter dood veroordeeld.
Ook Karel Raben, de broer van Martinus, was aanvankelijk ter dood veroordeeld. Hij werd uiteindelijk ‘begenadigd daar hij niet in die mate als de overige veroordeelden zich aan terrorisme had schuldig gemaakt.’

Bernardus Franciscus Kemper, de vader van Joop, was mededirecteur van interieurbedrijf Gescher & Kemper en net als de familie van Joops verloofde vermogend. Het verhaal gaat dat zij een bedrag van vermoedelijk een tot anderhalf miljoen gulden aanboden om de executie van Joop te voorkomen. Maar Willy Lages, hoofd van de SD in Amsterdam, ging hier niet op in.

Op 23 oktober 1943 werden de zeven jongemannen van De Vliegende Brigade in de Bloemendaalse duinen gefusilleerd. De kranten maakten gewag van hun doodvonnissen onder de kop ‘Terroristen gevonnist; zeven saboteurs kregen den kogel’.

Joop Kemper ligt op de Eerebegraafplaats Bloemendaal naast zijn vriend Herman Ruys. Vier dagen voordat hij 21 jaar zou worden, werd hij vermoord.

Op zijn grafsteen staat de tekst ‘1 Petrus 5: 6-11’:
Als u zich buigt onder de sterke hand van God, zal Hij u oprichten als Hij vindt dat de tijd daarvoor gekomen is. Geef al uw zorgen en problemen over aan God, want Hij houdt van u en zorgt voor u. Maar ondanks dat moet u de situatie goed inzien en op uw hoede zijn voor de grote tegenstander, de duivel. Hij gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi om te verslinden. Sla zijn aanvallen af door vast op de Here te vertrouwen. Het is een hele troost te weten dat de christenen over de hele wereld hetzelfde moeten doormaken. Onze God is een en al ontferming. Hij heeft u allen geroepen om deel te hebben aan dezelfde eeuwige heerlijkheid als Christus. Nadat het een korte tijd heel moeilijk is geweest, zal Hij u persoonlijk overeind helpen op de plaats waar u hoort te staan. Hij zal u zó sterk maken dat u nooit meer hoeft te wankelen. Voor Hem is alle macht, voor altijd en eeuwig. Amen!


Bron: Historisch Bussum.
KAREL RABEN.
Bron: Historisch Bussum.
WEGGUM.COM
Mart Raben studeerde economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam. Zonder lid te zijn van een verzetsorganisatie verleende hij vanaf begin 1942 allerhande hulp aan onderduikers. In 1942 werd door de Amsterdamse economiestudent J.L. Kemper de Gooise verzetsgroep de Vliegende Brigade (VB) opgericht. Begin 1943 kreeg Raben de supervisie over de spionageafdeling van de VB. Zo maakte hij bijvoorbeeld tekeningen van verdedigingswerken in IJmuiden, langs de Walcherse kust enin Zeeuws-Vlaanderen, van vliegveld Venlo en de Palmkazerne in Bussum. Tevens was hij lid van de verzetsgroep CS-6 en werkte hij geruime tijd intensief samen met L.D. Boissevain. In het kader van CS-6 was Raben betrokken bij een aantal sabotagedaden. Als gevolg van verraad werd hij op 9 september 1943 door de SD tijdens een bijeenkomst in de Jeugdkapel aan de Meentweg in Bussum gearresteerd en overgebracht naar het HvB aan de Weteringschans in Amsterdam. Op 22 oktober 1943 werd hij door een Polizeistandgericht ter dood veroordeeld en de volgende dag gefusilleerd in de duinen bij Overveen (gemeente Zandvoort).