VERHOOR AUSEMS IN LONDEN.
TRANSCRIPTIE
Verhoor van: Ausems, Andreus Wilhelmus Maria;
Geboren te Utrecht, 25 December 1904; van beroep technisch beambte N.V. Vliegtuigfabriek 'Fokker', laatstelijk gewoond hebbende te Zaandijk, Jacob Honingstraat No. 18; die Nederland heeft verlaten op 28 September 1943, in Engeland is gearriveerd op 16 December 1943 en zich alhier heeft gemeld op 12 Januari 1944 via de R.V.P.S.
Vader: Andreus Wilhelmus Maria, Rustend geneesheer. Adres Rovertbrugge bij Gorp (N.B.).
Moeder: Elisabeth Avezaath. Zelfde adres.
Echtgenoote: Pauline Redeke. Adres Jacob Honingstraat 18, Zaandijk.
Kinderen: 2 zoons, oud 11 en 8 jaar, 1 dochter 7 jaar.
Godsdienst: Roomsch Katholiek.
Talenkennis: Nederlandsch, Engelsch, Fransch, Duitsch.
Politieke richting: R.K. Staatspartij; na de invasie lid van de Nederlandsche Unie.
Lagere school en 3 jaar Gymnasium in Utrecht, daarna 2 jaar Ambachtschool te Utrecht, daarna 4½ jaar MTS Amsterdam tot begin 1927. Vrijgesteld van militaire dienst wegens broederdienst. Na bij verschillende fabrieken te hebben gewerkt, ging hij in 1929 naar Philips Eindhoven als bedrijfs-assistent, tot begin 1931. Ging toen naar de Ned. Ovenbouwerij te Zeist tot begin 1934. Trouwde in December 1931.
In 1934 nam hij een fabriekje van dakpannen, etc in Bolsward over; moest dit in 1937 sluiten daar hij het niet tegen de groote fabrieken kon bolwerken. Kwam als assistent -bedrijfsleider bij Koolhoven, tot Juni 1938; toen naar Fokker, waar hij bleef tot September 1943.
Deed illegaal werk in Holland. Verliet Nederland op 28 September op bevel van Bureau Inlichtingen. Had een weg. Aankomst per vliegmachine in Bristol op 16-12-1943.
Is politiek betrouwbaar.
Londen, den 12den Januari 1944.
(O. Pinto)
Nader verhoor van A.W.M. AUSEMS, betreffende Nederland.
Over mijn illegale werk heb ik reeds uitvoerig rapport uitgebracht bij Majoor dr. J.M. Somer, hoofd van Bureau Inlichtingen en over al hetgeen in verband staat met mijn werk in Nederland mag ik geen mededeelingen doen, ook geen namen noemen.
Van October 1940 tot mijn vertrek heb ik aan illegaal werk gedaan en dit is te verdeelen in twee gedeelten, namelijk eerst het verstrekken van inlichtingen over de Fokker fabrieken enz en het weghelpen van menschen, en daarna deelname aan de verzetsactie (Raad van Verzet) en radio.
Ik ben uit overtuiging lid geworden van de Nederlandsche Unie, daar mij bij bestudeering van haar programma bleek, dat een en ander veel overeenkwam met mijn ideeën, Van het totale ledenaantal was een 40% als ik lid geworden, doch de overige 60% zuiver alleen als een anti-uiting.
Ik ben nog colporteur geweest en het was opmerkelijk hoe het leden-aantal toenam, zelfs zoo, dat het registreren bijna onmogelijk werd. De meest verkochte nummers waren 'Waar wij staan' en het nummer, waarin het programma .der NSB en van de NSDAP naast elkaar afgedrukt stonden, waaruit bleek, dat een en ander werkelijk gelijkluidend was.
Zelfs nu is de Unie nog niet dood en er worden thans studie-lezingen gehouden, waarvoor menschen van allerlei kringen worden uitgenodigd, waarbij 'amateur-sprekers' komen. Zoo eens in de twee maanden worden die bijeenkomsten gehouden in een particuliere woning en bestond uit een man of tien.
De stemming in ons land is zoo, dat men het idee heeft om bij de bevrijding klaar te moeten zijn met nieuwe ideeën, verlangen, etc. Bij de besprekingen had ik toch het gevoel, dat wij niets konden doen, doch aan de andere kant leerde je, door al die gedachtenwisselingen elkaar uit allerlei kringen beter begrijpen. Ook wist men wie betrouwbaar was en leerde elkaars gevoelens. Hierdoor is dus een mogelijkheid tot samenwerken ontstaan. Zooals ik reeds zei, kwamen deze studiekringen voort uit de oorspronkelijke studiekringenvan de Nederlandsche Unie.
Een herleving van de oude politieke partijen op den vooroorlogschen grondslag was volgens velen een utopia.
Men neemt wel aan, dat de CPN na de bevrijding een 12% der kiezers zal trekken, ofschoon dit toch ook weer moeilijk te zeggen is.
Inderdaad werd in vele kringen geen verschil gemaakt tusschen Rusland en het Communisme. Ging men verder praten met dergelijke menschen, dan zagen zij dit wel. Nu er die grens-geschiedenis tusschen Rusland en Polen ontstaan is, zal dit bij velen wel de oogen openen.
Omtrent 'Militair Gezag' kan ik u mededeelen, dat men er in Nederland van overtuigd is, dat het vacuum, dat na de bevrijding zal ontstaan, overbrugd moet worden. De één zei, dat men het 'Militaire Gezag' zeer goed zal zijn, een ander echter merkte op , dat zij al veel te lang onder een militair gezag hadden moeten leven.
Hoe men het ook zag, als voor- of tegenstander, over het algemeenwas men het toch wel eens, dat een 'Militair Gezag' er moest komen.
Omtrent onze volksvertegenwoordiging kan ik u mededeelen, dat de theoretische opvattingen zijn, dat er weer een Tweede Kamer moet komen, doch alleen met drie of vier groote partijen.
De practijk wijst er nog niet op, ik noem bijvoorbeeld de verschillende opvattingen over de Zondagswet. Wat 'Boisot' in zijn boekje 'De wedergeboorte van ons Koninkrijk' aangeeft, was nog niet zoo gek. Dit boekje wordt zeer bestudeerd in Nederland, zeer veel besproken en heeft vele aanhangers. Er zijn zelfs reeds uitgaven van het boekje uitgekomen met uitvoerige commentaren, welke wel in England zullen komen.
Over het weer instellen van de Eerste Kamer heb ik niet veel positiefs of negatiefs gehoord.
Naast de volksvertegenwoordiging wil men groepen van menschen, gekozen niet om hun politieke richting, doch om hun bepaalde technische kennis, die dan de betrokken ministers adviseren over bepaalde onderwerpen. Ongeacht hun politieke kleur zullen dezen dan gekozen worden; politieke en technische bekwaamheid wil men gescheiden houden.
Sommigen spreken dan over een corporatief systeem terwijl anderen, die dit woord niet mogen, doch dezelfde ideeën voorstaan, spreken over adviseerde commissies, wat dus op hetzelfde uitkomt.
Ik moet erkennen dat het idee over hetgeen er zal moeten gebeuren is Nederland na de bevrijding steeds vager wordt. Wanneer men komt te spreken...
Zeer velen denken dus alleen over de bevrijding en kort daarna en u moet niet denken, dat u veel NSB-ers in Nederland terug zult vinden; daar zorgt de burgerbevolking wel voor, war men hier in Engeland en in Nederland ook zal probeeren om een bloedbad te voorkomen.
In Nederland wordt thans inderdaad de noodzaak ingezien van een krachtig leger en marine. De algemeene stemming is dan ook om later Japan te gaan bevechten.
In Nederland heeft men in het algemeen den indruk, dat het Nederlandsche Leger in Engeland minstens 20.000 á 30.000 man groot is, optimisten noemen zelfs het aantal 100.000.
Het Nationaal Front van Arnold Meyer was nog meer een anti-partij dan de Nederlandsche Unie en Meyer kreeg vrij veel aanhangers door zijn scheldpartijen op de NSB. Zijn partij verliep echter geleidelijk en volkomen toen hij dienstneming tegen Rusland propagandeerde.
Het Jodenprobleem.
Zeker 90% der Nederlandsche Joden is naar Duitschland, etc gedeporteerd en de resteerende 10% is in Nederland ondergedoken op diverse manieren.
Wij zijn ons in Nederland. om eens een Germanisme te gebruiken 'Jodenbewust' geworden en die ervaringen zijn over het algemeen niet de prettigste. (Dus anti-Joods?)
Ik kan dit het beste illustreren met eenige gevallen, mij persoonlijk bekend:
Joden zouden over de Belgische grens geholpen worden, wat over boschpaadjes en dergelijk gedaan moest worden. Zij arriveereden met bondjassen, behangen met juwelen, luxe koffers, schoenen met hoge hakken, etc. (Hoe vaak zou dit voorgekomen zijn?)
Een Joodsche advocaat zou bij Poppel over de grens gaan en in plaats van door het bosch te loopen, liep hij over den weg naar het grenskantoor met zijn koffertje. Daar werd hij terstond gearresteerd, sloeg door en gaf zijn route met adressen op, met als gevolg, dat die menschen ook allemaal gearresteerd werden.
Wanneer je Joden in huis hebt, er zijn natuurlijk ook goede, doch er zijn er, die verbazend indringerig zijn, mopperen over de kinderen en het eten en de huiselijke regelen naar hun wenschen willen hebben en er niet over denken, dat zij zich volgens de huiselijke regelen van het gezin hebben te gedragen. Ik heb zelf twee Joodsche jongens en één Joodsch meisje in huis gehad. Mijn vrouw, die geen dienstmeisje had, moest hen de geheelen dag naloopen en kreeg geen medewerking. Zij zijn onvoorzichtig door het schrijven van brieven aan elkaar, waarin zij uitvoerige gegevens vertellen over de familie waar zij ondergebracht zijn. Hierdoor zijn ook menschen verongelukt.
Aan de andere kant heb ik ook Joden ontmoet, die zeer goed en sympathiek zijn, doch zij vormen een groote minderheid van de ondergedokenen.
Wanneer je aan illegaal werk doet, dan ben je bang voor een Jood. Je helpt hen dan niet meer en heb je een slaap-adres nodig, dan informeer je eerst of er een Jood verborgen wordt gehouden.
Het is zeer erg wat de Joden wordt aangedaan, doch je moet ook voor de veiligheid van je eigen familie zorgen en daarom kan je hen niet meer helpen.
Eén en ander is mijn inziens de schuld der Joden zelf en niet het gevolg van de Duitsche, of NSB propaganda.
(Wat bedoelt Ausems hiermee? Dit klinkt wel heel anti semitisch!)
De burgemeester van Zaandijk, A.H. van GELDEREN, is goed en te handhaven. Hij heeft het vertrouwen der ingezetenen en doet zijn best om vele Duitsche maatregelen te verzachten.
De burgemeester van Koog aan de Zaan, J.J. ALLAN, is goed en zoo ook die van Goirle bij Tilburg, wiens naam ik vergeten ben.
Zeker 3/4 van de politie is goed; ouderen werken niet zooveel mee, doch de jongeren van voor de oorlog zijn zeer goed.
De 'Schalkhaar-Politie' is niet te vertrouwen. Zooals men wel beweert, zouden er goede jongeren onder zitten, doch selectie is zeer noodzakelijk.
De Inspecteur van Politie, chef corps, te Zaandam, is volkomen fout, doch het grootste deel der agenten is goed.
SIEBESMA, hoofdagent van Politie te Zaandijk is slap.
AKKERMANS en ZIJTVELD, agenten van Politie te Hoogland bij Amersfoort, zijn goed.
Omtrent de gefussilleerden, genoemd in 'Parool' van 15 October 1943, kan ik u het volgende mededeelen:
Evert HONIG, oud circa 45 jaar, wonende Hooge Dijk nNo. 18 te Koog aan de Zaan.
P.H. de JONG, wonende Oud Heinstraat No.4 te Zaandijk.
J. GROOT, afkomstig uit De Zaan.
Dik de VRIES, Technisch beambte bij Fokker, wonede Tulpstraat No.1 te Koog aan de Zaan.
J. NEUTEBOOM, afkomstig uit De Zaan.
Zijn voor zoover mij bekend, gearresteerd bij het treffen van voorbereidingen voor een poging naar Engeland te vluchten waarbij zij in de val zijn geloopen. Naar mijn mening was het sop de kool niet waard.
Erik JURRIAANS, zoon van den oud-zee-officier en makelaar in effecten, wonende te Baarn, Amsterdamschestraatweg No.19. Deed aan illegaal werk en is gearresteerd met L.H. QUANT met nog meerdere personen bij een ontsnappingspoging. Jurriaans en Quant zitten beiden in Haaren.
C. HOEVEN, veetransportrijder, wonende Zundertdorp bij Amsterdam (zie dossier 108/IV), zit sinds November 1941 als gijzelaar in Vught.
Jan BIJL, werkzaam bij Lindetevis Stokvis, wonende Jacobsstraat No.27 te Amsterdam (zie dossier 108/IV), zit ook als gijzelaar in Vught. Hij is in 1942 gearresteerd met zijn broer.
J.M.C. BIJL, arts, wonende Willem de Zwijgerlaan te Amsterdam, die in Haaren zit en daarvoor ook reeds als gijzelaar gezeten had.
Opmerkingen over eenige Nederlanders:
NSB-ers en dergelijken:
Ir. P.M. DUYVIS, directeur van de machinefabriek te Koog aan de Zaan, is zeer goed.
LAAN, gebroeders Jan en Gerard, directeuren van de Kon. Meelfabriek 'Wessanen & Laan' te Wormerveer, zijn zeer goed.
HONIG, directeur van de 'Bijenkorf' te Koog aan de Zaan, is zeer goed.
Mr. J. in 't VELD, de oud-burgemeester van Zaandam, heeft een zeer goede naam, Ik weet niet, waar hij thans woont en ik heb nooit gehoord, dat hij opgepakt zou zijn.
Bernard van SPAENDONCK, fabricant van (wol) te Tilburg, heeft studenten aangeraden naar Duitschland te gaan. Waarom heeft hij dit gedaan? Hij mag straks wel goed aan de tand gevoeld worden.
Van TIJEN, directeur van Fokker, is in de zomer van 1940 naar den Wederopbouw gegaan, standplaats Middelburg en sindsdien heb ik hem niet meer gezien.
NSB-ers en dergelijken:
Rijk de V. Handelsreiziger in wollen dekens, gewoond hebbende te Zaandijk, Dr. Jan Muldersstraat No.27, is burgemeester van Texel geworden. Voor de bezetting was hij een zeer groot Nederlander, doch daarna bleek hij NSB-er te zijn; zijn vrouw is nog gevaarlijker.
P. Bijgenaamd … tekst verder niet leesbaar... Koningshuis ging vervangen, een agent van politie mishandelde. Dit is een rechtzaak geworden, doch P. werd vrijgesproken op grond van een groot aantal valsche getuigenverklaringen.
B. Oorspronkelijk chef-teekenkamer N.V. Vliegtuigfabriek Fokker, werd na de bezetting erg vriendelijk met de Duitschers en wist zich op te werken tot den ongekroonde montage-baas van de geheele fabriek. Hij zat overal in, stuurde postzegels naar de Duitschers, schreef lange brieven naar hen, etc. Heel hard joeg hij de aflevering van de Ju-52 toestellen op, zoowel in de fabriek, als op de bureaux. Naar mijn meening is hij een belangrijke collaborateur, die er ook aanzienlijk voordeel uitgetrokken heeft.
Zijn typiste Lily EYSDEN, die goed is, zal vele inlichtingen kunnen verstrekken.
W. Eén van de oudste Fokker beambten, is werkzaam onder H. is zeer actief en wilde niet meewerken aan sabotage. Hij zei: "Ik word er voor betaald om goed te werken en de verantwoording ligt bij mijn chef".
N. Ingenieur van de plaatbewerking van Fokker.
SCHÄFE, van de afdeeling houtbewerking van Fokker, is Duitscher, die reeds voor den oorlog bij Fokker waren. Een maand na de bezetting heeft hij het IJzeren Kruis van Verdienste gekregen wegens zijn bijzondere prestatie.
MAY en DIESING, de twee andere Duitsche chefs bij Fokker, waren zeer verontwaardigd, dat zij het IJzeren Kruis niet kregen.
Z. Sr. Employé bij Fokker, is lid van het Arbeidsfront en maakt zeer veel propaganda hiervoor.
SEEKATZ, export-manager van Fokker, een Duitscher, werd na de bezetting al heel gauw benoemd tot Beauftragte en stond boven vele chefs, Hij is omgezwaaid naar de verkeerde kant, doch soms is men hiervan niet zoo zeker. Hij doet alles voor het bedrijf. Toen ik ontslagen werd wegens 'ongeschiktheid', hetgeen hij wist, heeft hij alles gedaan om mij te houden.
De chef van de personeels-afdeeling, wiens naam is vergeten ben, en die De Jong heeft opgevolgd, is een zwaar NSB-er.
Nederlanders onderweg ontmoet:
Gebr. ROTHBARTH, thans in Madrid. Ik heb hen in Brussel ontmoet en heb met hen naar Spanje gereisd. Na hun uitwijking uit Nederland hebben zij in Brussel zeer verdienstelijk illegaal werk gedaan. Tijdens de reis heb ik een zeer gunstigen indruk van deze jongens gekregen en naar mijn meening hebben zij het verdiend zoo gauw mogelijk geholpen te worden en de Nederlandsche nationaliteit te krijgen. helaas zullen beiden afgekeurd worden voor den militaire dienst.
Hans SNELLEMAN & Paul KUYPER, beiden Indoloog, zitten in Madrid. Het zijn serieuze menschen en verdienen geholpen te worden.

Hans Snellemans.
Herbert Manfred Rothbarth.
Walter George Rothbarth.
weggum.com